Mensen van bij ons

Michel Van Dessel

Michel Van Dessel: ere-burgemeester- en ere-volksvertegenwoordiger zette Sint-Katelijne-Waver op de Europese kaart

 

 Michel Van Dessel is geboren in Sint-Katelijne-Waver 28.09.1927 (bijna 87).

Hij is de oudste zoon uit een tuindersgezin van Sint-Katelijne-Waver. Hij studeerde Latijn- Grieks aan het St.-Romboutscollege in Mechelen.  Daarna trok hij naar de KUL waar hij als  licentiaat in de handels en consulaire wetenschappen afstudeerde in 1952. Hij begon zijn carrière op de studiedienst van de Belgische Boerenbond en werd vanaf 1958 leraar aan de tuinbouwschool in Mechelen.
In  1955 huwde hij met Lydia Vervloet en kregen  7 kinderen.Van CVP stichter tot volksvertegenwoordiger en burgemeester

In de jaren 50 werden traditioneel en onrechtstreeks  nieuwe en jonge krachten gerekruteerd  uit kringen van  de jeugdbewegingen voor de politiek. Daar groeide ook zijn interesse voor de politiek. In 1960 werd de CVP statutair boven de doopvont gehouden en Michel werd de eerste voorzitter. De politieke verhoudingen werden vooral geaccentueerd op de wijken (Centrum, Pasbrug-Nieuwendijk en Elzestraat. Er was geen georganiseerd verband. In die periode was er wel veel rivaliteit onder elkaar. Het succes van de CVP vond zijn oorsprong in het feit dat de bevolking de steriele dorpspolitiek beu was. De CVP was de eerste strikt gemeentelijke organisatie. Samen met de rekrutering van interessante (dorps)figuren was het succes van CVP in Sint-Katelijne-Waver een feit. In die periode speelden de standen geen manifeste rol. Wel werd er gestreefd naar een billijke samenstelling van het partijbestuur. Het resultaat bleef niet uit: bij de verkiezingen van 1964 ging de CVP van de oppositie naar de meerderheid. Het was een hoogtepunt in het korte bestaan van de CVP.  CD&V verdwijnt  slechts uit het college na  de verkiezingen van 2012, 58 jaar later.

Samenwerking tussen de wijken was het toverwoord. De intense partijwerking werd gekenmerkt door heel wat publicaties (8 x per jaar ‘ Ons Katelijne’). Daarnaast werd vergaderd in de verschillende wijken en was er een intense ledenwerving (1600 in 1976). Een andere succesformule was de organisatie van het feest van de derde leeftijd.

In 1972 kwam Michel Van Dessel  als voorzitter van de CVP-afdeling  met de idee een feest voor de derde leeftijd op te zetten. Bob Scholte, de Will Tura van die tijd, was de animator. Het seniorenfeest groeide uit tot een jaarlijks evenement dat tijdens de gloriejaren van de CVP tot 1000 mensen naar de veiling bracht. Vorig jaar tijdens het seniorenfeest werd Michel als verdienstelijke Katelijnenaar  gehuldigd  door minister-president Kris Peeters voor de  vele verdiensten voor CVP en CD&V. (zie foto) 

 

Michel en Lydia (midden), Wim Jacobs en Jef Bauweleers, medestichters van CVP.
Daarnaast huidig CD&V-senioren voorzitter Raymond Van Campenhlout,
CD&V voorzitter Wilfried Van den Acker en ere-burgemeesrter Eddy Vercammen.                                                         

Politiek op hoog niveau

De groei van CVP Sint-Katelijne-Waver  in de jaren 60 bleef ook op arrondissementeel niveau niet onopgemerkt . Bij de CVP lijstvorming voor de verkiezingen van 1965 werd voor Kamer en Senaat  een verjonging doorgevoerd .  Stan Declercq (ACW), Guido Verhaegen (NCMV) en Michel Van Dessel (BB) werden prompt verkozen en vormden  jarenlang een triumviraat dat zou zetelen voor CVP in Kamer en Senaat. O.m. vanuit de Kamer had Michel Van Dessel  een helikopterzicht op onze streek en lag mee aan de basis van o.m. het GOM project en de wegenis  (R6  en Heisbroekweg) van en naar de veilingen. Hiermee werd Sint-Katelijne-Waver en de veilingen rechtstreeks aangesloten op het Europese wegennet. Het zou onze veilingen en de gemeente een Europese uitstraling geven.  In deze periode volgde Michel de voorbereiding  van een grootse fusieoperatie. Zijn inbreng was niet gering bij de gelukte fusie met O.L.V.-Waver . Deze werd in 1976 bevestigd door een  overweldigende CVP overwinning (17 op 25 zetels). Hij beschouwt dit zelf als het belangrijkste hoogtepunt in zijn politieke loopbaan. Voor CVP een bekroning van hard werken. Michel Van Dessel werd dan ook de eerste burgemeester van de fusiegemeente Sint-Katelijne-Waver. O.m. het inbreidingsproject wijk Den Haes, concept van villa’s en kleinere woningen, uitgewerkt door St.-Lucasinstituut, was een van zijn favoriete realisaties.  De zes jaar als burgemeester  bestempelt hij als de beste uit zijn loopbaan. Groot was echter de ontgoocheling in 1982. CVP verloor bij de gemeenteraadsverkiezingen  drie zetels, waardoor er ongenoegen groeide. Een wijk eiste overdreven macht in de gemeente waardoor het broze politieke evenwicht dreigde te ontsporen. Michel voelde zich als burgervader verantwoordelijk voor de nederlaag,  nam ontslag uit de gemeenteraad en trok zich volledig terug uit de politiek. Meteen ook het dieptepunt uit zijn politieke loopbaan. Na deze periode nam hij de tijd om te reflecteren en schreef o.m. de geschiedenis van 50 jaar CVP in Sint-Katelijne-Waver.  (van 1950 tot  2000). U kunt deze tekst raadplegen onderaan.

Wat vindt hij van de huidige politiek?

Plaatselijk vindt hij het huidige bestuur een vreemde combinatie (N-VA; Open VLD en SP.A –samen anders). Voor een appreciatie vindt hij het te vroeg.   Maar met zijn rijke verleden heeft hij een klare kijk op onze gemeente en wil hij deze niet onthouden voor de huidige generatie.

Het wezenlijke van gemeente Sint-Katelijne-Waver is dat het een administratieve eenheid is die in feite bestaat uit 3 en sinds de fusie 4 bevolkingskernen. Dit gaf soms (en nu nog) aanleiding tot plaatselijke wrevel die voor spanningen zorgde op gemeentelijk vlak. Daarom werd in het verleden gekozen voor  een bestuurlijke gelijkwaardigheid tussen kernen. Dit kwam o.m. tot uiting in een zwembad per kern, systematische zorg voor vernieuwbouw of nieuwbouw van de plaatselijke scholen, bibliotheekfilialen per kern en zelfs gelijke indeling op de kiezerslijsten bij  de CVP.  Dit zorgde voor gemeentelijke rust en zelfs spontane samenwerking. We beseffen niet eens onze luxe…

Sinds enkele maanden opteert ons nieuw gemeentebestuur voor een radicaal andere, meer centralistische en Jakobijnse filosofie: sluiting van een zwembad, sluiting van de sporthal en van bibliotheekfilialen. Er rest  één centrale bibliotheek één gemeentelijke sporthal en twee zwembaden (hoe lang nog?). In Sint-Katelijne-Waver is dit zoveel als ‘vloeken in de kerk’! Als dit maar goed afloopt!

Hij gaat verder: Onze gemeente gaat besparen door afslanken van het personeel. Wij kunnen ons voorstellen hoe de socialisten hierop woedend zouden reageren als ze in de oppositie zaten. En wat zegt het socialistisch lid van het college? Of, weegt  ‘aan de macht zijn’ zwaarder  door dan de overtuiging?

 

Wat het resultaat van CD&V betreft is het duidelijk dat wij een landelijke trend volgen, maar plaatselijk was CD&V te weinig aanwezig tijdens de vorige legislatuur. Daarom volgende raad  voor CD&V: Zij dient de partijwerking  te intensifiëren en doelgerichte publicaties  dienen opgedreven te worden. Een ding is zeker: met Annie Van Dessel in de gemeenteraad blijft de familie aanwezig in de Katelijnse politiek. CD&V Sint-Katelijne-Waver dankt Michel voor zijn jarenlange inzet en sociaal engagement voor de burgers van onze gemeente.

 

Michel Van Dessel: Politiek en sociaal CV:

 

Politiek:

Lid arrondissementeel hoofdbestuur CVP in Mechelen vanaf 1955

Arrondissementeel voorzitter  CVP van 1961 tot 1966.

Plaatselijk CVP voorzitter 1960 tot 1976.

Volksvertegenwoordiger van 1965 tot 1981

Gemeenteraadslid van 1965 tot 1970

Eerste  schepen van 1971 tot 1976

Burgemeester van 1977 tot 1982
Sociaal:

Voorzitter Hoge Tuinbouwraad

Lid beheerraad Landbouwfonds

Voorzitter landbouwcommissie Mechelen

Erevoorzitter Kon. Harmonie ‘De Verenigde Catharinavrienden’ CV

 

 

 

 

 

Juul Dockx

Het leven zoals het is in ‘residentie Offendonk

Wij hebben een afspraak bij Juul Docx in ‘residentie Offendonk’ op de koudste 14de juli sedert de waarneming. Juul of ‘Juleke’ woont samen met Jetteke op het nummer 7 sedert oktober 2008. Als geboren en getogen Katelijnenaar (hij is 85) heeft hij zijn vaste stek gevonden in ‘residentie Offendonk’.

Juul en de koers

Bij onze aankomst kijken Juul en Jetteke naar de ronde van Frankrijk, waar Jelle van Endert een stukje geschiedenis schrijft over de legendarische Tourmalet. 

Dit brengt ons naadloos tot zijn hobby, het wielrennen dat hij vele jaren zelf heeft beoefend. Eerst bij de liefhebbers, waar hij naar eigen zeggen geen potten brak maar later als veteraan (35+). Hier was Juul wel uitblinker en werd o.m. kampioen van België in 1972 in Sint-Katelijne-Waver op de cyclocross omloop aan het fort Bosbeek. Dat jaar verloor hij met een banddikte het wereldkampioenschap van Max Mayer in Oostenrijk. In 1974 werd hij opnieuw Belgisch kampioen in Bekkevoort.

Juul en zijn residentie

Als gewezen ‘metser’ heeft hij nog gezorgd voor de ‘finishing touch’ van huize Offendonk. Hij heeft er immers de rondliggende stenen ingevoegd zodat onkruid geen kans kreeg.

Juleke  en Jetteke voelen zich de ‘anciens’ van het gebouw. Na omzwervingen in de Lemanstraat (twee maal) en het Waverstraatje hebben zij nu hun vaste stek gevonden. Zij waren de tweede bewoners van de residentie. Stilaan vulden de andere flats zich met Katelijnenaars op leeftijd. Nu nog zijn het vooral Katelijnenaars, maar ook familie van inwoners van onze gemeente (die dichter bij hun familie willen wonen) die de flats huren. Dankzij de goede zorgen van het OCMW wordt hun vijfmaal per week een smakelijke maaltijd geleverd. Zij maken samen met andere bewoners regelmatig gebruik van de cafetaria van het Woon en Zorgcentrum o.m. door deelname aan de Bingo dinsdag en donderdag namiddag. Dit schept meteen ook een band met de bewoners en hun families van het rusthuis.

Juul en de ‘drie offendonkertjes’

Met de systematische bezetting startte ook het buurtleven. Bij mooi weer worden steevast tafel en stoeltjes en een parasol buiten gezet en worden sterke verhalen vertelt van vroeger. Van het een komt het ander en geleidelijk groeide de Offendonkfamilie en werd zaal Offendonk ingehuldigd. Maandagnamiddag mag men noch Juul, noch Jetteke storen want dan zijn zij cafébaas voor de wekelijkse kaartnamiddag van 13 tot 18 uur. Spontaan groeide er ook een soort feestcomité. Juul, Willy en Renéke zorgen voor organisatie, uitbating café en inrichting van andere activiteiten. Vlug had het trio een koosnaam ‘de drie offendonkertjes’.  Zij zijn een soort feestcomité en organiseerden ondermeer een koud buffet en koffiekoeken voor de bewoners. Op 7 augustus ll. was de BBQ een voltreffer: er waren immers meer dan 80 aanwezigen. De bewoners nemen gratis deel, dankzij de opbrengst van de cafetaria. Een traiteur zorgde voor de BBQ met alles er op en er aan (ook de afwas). Nu ook de tuin mooi is aangelegd is het ook buiten aangenaam vertoeven.

Veiligheid boven alles

Besluiten doen wij met een voorval dat bewijst dat ook de veiligheid van de bewoners gegarandeerd is. Op een nacht omstreeks 3uur werd iedereen opgeschrikt door de alarmsirene. Bij nader inzicht leek een uitgeblazen kaars zoveel rook te hebben achter gelaten dat de detector dit signaleerde. Ook te lang gebakken spek of een steak zorgde al voor eenzelfde fenomeen. Gelukkig bleef het bij deze kleine voorvallen.

Wij wensen alle bewoners nog veel geluk en aangename momenten in residentie Offendonk.

Voor meer foto's uit "zaal Offendonck" klik hier 

Albert Vaes

Albert Vaes, een monument uit Katelijne, is geboren in 1915 tijdens ‘den groten oorlog’.


Albert is dus 93 en stamt uit een zelfstandige tuidersfamilie die heel haar leven hard hebben gewerkt in de boerderij aan de Mechelsesteenweg 143. Hij heeft er zijn leven lang gewoond met vader moeder en zeven kinderen, waarvan een zeer jong is gestorven. Vorig jaar nog verloor hij twee zussen en een broer zodat de familie nu tot 2 wordt herleid.

Wereldoorlog I   ‘Den grooten oorlog’

Hoewel Albert zich deze oorlog zelf niet zo goed herinnerd, wist hij van zijn vader dat deze nog mee gegraven had aan het fort van de Midzele (om wat bij te verdienen). Zo weet hij met zekerheid dat de klei van de vesting werd uitgegraven met de schop. Er werden ijzeren wagonnetjes geladen die via een spoor met tandrad boven het fort werden gereden. Zwaar werk want klei scheppen met een schop vereist een emmer water om de schop steeds proper te maken. Alles gebeurde onder het waakzame oog van ons ‘Belgisch leger.

De vlucht naar Holland.

Mijn ouders hadden juist de boerderij gekocht aan de Mechelsesteenweg en hadden daarvoor een lening afgesloten. Met deze gedachte moesten zij vluchten met hun twee kinderen op dat ogenblik. Een kruiwagen was het vervoermiddel. Vermeldenswaard waren de boodschappen van families die op de bomen waren geschreven waarnaar zij op de vlucht waren. In Nederland aangekomen moest vader een wacht ompraten om aan eten te geraken. Zij vonden uiteindelijk onderdak bij Pier Jansomers , Wildenhoek Kruisland in Bergen op Zoom. Zij zouden er enkele dagen verwend worden met goede zorgen. Na een verkenning van vader konden zij huiswaarts keren. Een andere anekdote hierbij was dat Albert als klein manneke, verraadde dat de ‘meutte’ die vader geslacht had om eten te hebben, op zolder hing.

School lopen

Albert liep eerst bij de zusters ‘papschool’. Hij herinnert zich nog levendig mère Levine, waarvoor hij potten en pannen uit de kelder moest halen. Maar gezien hij nogal aan de luie kant was moest hij een liedje zingen bij de prijsuitreiking terwijl hij een mand naaigerief droeg waarmee hij moest leuren. Albert zingt de tekst van het liedje.

“Nu moet ik leuren, langs alle deuren

Toen was ik lui, oh, ja zo lui”.

Eens de papschool gedaan ging hij tot zijn veertiende naar de jongensschool in de Lemanstraat (huidig politiecommissariaat). Het lievelingsspel was ‘pjetje springen’. In de zomer liepen de kinderen op (rubberen ‘zeesloefen’) en in de winter op blokken. Geld om boeken te kopen was er niet

Zelfstandig gemengd familiebedrijf.

Als veertienjarige kwam Albert in het bedrijf van vader, net zoals de andere leden van het gezin. De stiel ging er op vooruit en er werd geïnvesteerd. Zij konden werken met paard en kar, een ploegstel en grote eggen, een grote vooruitgang in die tijd. Er waren vier teelten, tomaten (twee trossen), bloemkolen, selder en erwten (waarvoor vader een bos kocht om er rijshout in te te kappen).

De teelten werden ook gemengd geplant. Er waren ‘roten’ vroege tomaten ‘marmanda’, naast drie roten prei of twee roten knolselder. Zaden werden door de kwekers zelf geteeld, later kwamen de zaadhuizen en ook andere tomaten variëteiten ( tugnien en joffer).

Studeren voor hovenier.

Eens 18 19 jaar wilde Albert verder studeren (het was 1934) . Hij vond het belangrijk een diploma te behalen van hovenier. Iedere zondag reed hij met de fiets van Sint-Katelijne-Waver naar Vilvoorde om er te studeren. Hij weet nog haarfijn uit te leggen dat de Zenne in Elewijt ongelooflijk stonk, het was ook toen al het riool van Brussel. De ‘reuk - stank’ van dieren thuis, in de stallen van paard, drie koeien en varkens die rechtstreeks aan het woonhuis paalden, waren hiertegen klein bier. Bij de voorbereiding van het eindwerk liep het echter mis. Albert verzwakte en werd ziek, een longziekte verplichtte hem zijn studies te staken.

Toenmalig huisdokter dr. Laenen verwees Albert naar een specialist ‘dr. Georges Rosdijck Rue Platane in Brussel. Het verdict kwam snel, Albert moest voor enkele maanden op rust in een sanatorium in Mont-sur-Meuse, tussen Namen en Dinant. Een streek met een apart micro klimaat, zuivere lucht, dus goed voor longpatiënten. Vader en moeder aarzelden niet want een oom was ooit aan dezelfde ziekte gestorven.

Het sanatorium (kuuroord)

Gezien Albert ook al wat Franse vervoegingen en zinsontleding had geleerd in de bijscholing in Mechelen kon hij zich na enkele weken goed uit de slag trekken in het Frans. Het ontlokte een van de assistenten afkomstig van Antwerpen de magische woorden: ‘Wat spreekt u goed Vlaams’. In het sanatorium werd Albert ingepeperd dat hij moest ‘leren rusten’. En dat heeft hij ook gedaan. Hij kon van op het dakterras de boten zien varen. Het leven bestond er uit: rusten, wandelen en praten met elkaar. Het was er goed eten. De begeleiding werd gedaan door zeer toegewijde zusters van liefde van Gent. Het sanatorium had drie afdelingen, voor mensen van bond (mutualiteit), kinderen en personen niet van een bond. De dagprijs bedroeg in die tijd (1935) 35, 38 en 42 frank, per dag per kamer. Er logeerden ongeveer 800 patiënten. Tijdens dit verblijf vanaf 18 februari tot juli 1935 werd door een rijke baronnes een reis naar Lourdes georganiseerd. De deelnemers, (1 op 3) werden bij lottrekking aangewezen en Albert was een van de gelukkigen. Het was tijdens deze reis dat zij in Lourdes vernamen dat prinses Astrid was verongelukt. Er werd een speciale mis ter haren gedachtenis opgedragen.

Bij zijn afscheid uit het sanatorium werd er een viering georganiseerd waarbij hijzelf een rondje mocht betalen. Als gevolg van zijn ziekte werd Albert ook vrijgesteld van legerdienst.

Terug thuis en aan het werk

Zijn eerste indruk bij zijn thuiskomst was dat het er allemaal zo klein was, in vergelijking met het sanatorium. In elk geval had hij zijn les goed geleerd en zou het van dan af rustig aan doen. Zo kon hij zijn cursus ‘leren rusten’ in praktijk brengen. Zijn familie stond hem daarin bij en legde hem in de watten. Hem werd ingefluisterd: ‘stillekens aan menneke’. Maar met zijn geleidelijk herstel kwam ook het zelfstandig hovenieren weer op de voorgrond. Het was nog een periode vóór de veiling. Met de geoogste groenten werd naar de markt in Mechelen gereden waar in rijen diende aangeschoven met de ‘staalkas’. De koper sloot de koop af d.m.v. een geschreven papiertje, de groenten werden in de hand betaald. Soms was er discussie over de prijs van het inpakgoed, dat van de boer of de markt was en bijkomende kosten meebracht. Zo had vader zelf eigen kassen laten maken bij een schrijnwerker.

Tweede wereldoorlog

Ondertussen was ook de tweede wereldoorlog uitgebroken en had Albert burgerwacht gedaan door bewaking van ‘den ijzeren weg’. Hij was immers vrijgesteld van legerdienst wegens gezondheidsredenen. Belangrijk in die periode omschrijft Albert de ‘corporatie’. Het was een verkooptechniek ingericht door het Ministerie van Landbouw en Voedsel. Het principe was dat al wat gepland was om te telen ook gegarandeerd mocht geleverd worden. Er was enerzijds de leveringsgarantie voor alle groenten waarvan 70% verplicht en 30% vrij was. Daarnaast was er een vaste prijsbepaling gebaseerd op kwaliteit, stukgoed en gewicht. Zo werd bv. de prijs van bloemkool bepaald volgens ‘overmeten’, waarbij de lengte van de bloem gemeten werd met een lintmeter. In Katelijne was de leverplaats de markt van Katelijne Centrum. Deze ‘corpatie’ gaf in deze moeilijke tijden ook zekerheid van inkomen.

Zelfstandig gemengd familiebedrijf.

Het gemengde bedrijf bestond uit het kweken van groenten en ook de instandhouding. Hiervoor waren dieren nodig om te kunnen overleven. Er was een paard (land bewerken en met de kar naar de markt), drie koeien (melk en vlees) en er waren de varkens. De boerderij was helemaal ingericht naar mens en dier. Zo waren de stallen van de koeien verbonden met de keuken en stond in die ‘verbindingsnis’ een petroleum lantaarn. Vooraan was de paardenstal en achteraan de varkens. In 1929 werd de boerderij aangesloten op elektriciteit door Joostens uit het dorp. Een ware revolutie. In de hoek van de keuken staat nog een grote schouw die voorzien werd van een Leuvense stoof. Hier kwamen de buren samen om zich te warmen te kletsen. Sommigen onder hen ‘chickten’.

Bedrijfsleider, MTV 

Stilaan was de tijd er dat Albert die nog thuis was het bedrijf van vader over nam, echter zonder eigenaar te zijn. Het was de periode (1951) dat de Mechelse Tuinbouwveiling (MTV) werd opgericht. Met 200 waren de tuinders om de veiling (een coöperatieve) op te starten Vader was er mee als eerste bij, getuige zijn producenten nummer 77. Er werd voor één jaar een beheerraad en toezichtraad gekozen. Wat Albert hier vooral is bijgebleven is de grote vooruitgang in de verkoop. Aan de klok was men niet meer afhankelijk van één koper. Ook geen discussies meer over het inpakgoed, dat door de veiling werd gemaakt. Maar ook hier waren er nog discussies. De markt kon met het uur veranderen en een koop in de voormiddag kon meer of minder opbrengen om 11 uur dan om 2 uur in de namiddag. Het draaide toen ook om geld. Verschillende gedachtegangen (Albert drukt zich voorzichtig uit) leidden zelfs tot een breuk en de afscheuring van de CVG in de jaren zestig. Albert wil hier niet verder op ingaan, en het licht niet in zijn aard om iets slechts te zeggen over vroegere vrienden of collega’s. Ten andere er is het verleden al genoeg over gezegd en nu is het toch weer een grote veiling. Hij vat het samen als volgt vóór de oprichting van de veiling en de proeftuin en het LIF (Landbouw Investeringsfonds) werkte men (bij wijze van spreken) met kruiwagen riek en schop, na de oprichting ging alles in een stroomversnelling. Een maatschappelijke vooruitgang die hem heel zijn leven heeft geboeid en waarvoor hij blij is het te mogen meemaken. Hij beschouwd zichzelf als een echte veilingman, en levert nu nog eigen gekweekte groenten op de veiling

De politiek

Het maatschappelijke engagement en de leermomenten die Albert meekreeg via de landelijke jeugd en de landelijke gilde maakten dat hij werd opgemerkt door toenmalig burgemeester Van den Eynde. Het begon met lidkaarten van de CVP te ontvangen. Vervolgens vroeg men Albert om wijlen Fons Luyten op te volgen in het hoofdbestuur van de CVP in Mechelen. Dit ging niet door maar wel kreeg hij de zesde plaats op de provincielijst van de CVP. Er waren niet 6, maar wel 7 CVP-ers gekozen voor de provincie. Het was de periode van de schoolstrijd. Het was o.m. onder impuls van wijlen pastoor Leysen dat een vereniging werd opgericht die steun moest bieden aan de schoolstrijd. Albert nam hier actief deel aan. Sindsdien heeft hij een blijvende bewondering voor zijn ‘adviseur’ die pastoor Leysen voor hem was. Mogelijk was de schoolstrijd en ‘weg met (à bas) Collaer’ niet vreemd aan deze fantastische overwinning. Volsterkte meerderheid in de provincie en Aloïs Wuyts, eerste voorzitter van de veiling werd député, samen met nog vijf andere CVP-ers. Albert werd drie maal in de provincie verkozen en zetelde ongeveer 10 jaar in de provincieraad. In die periode werd voor de provincie nog gekozen samen met kamer en senaat.  Gezien zijn andere activiteiten en met zijn cursus ‘leren rusten’ liet hij zich niet in met de plaatselijke politiek. Hij was wel bestuurslid van de CVP en maakte in ’58 de moeilijke periode mee van de CVP. Vier gemeenteraadsleden liepen over naar gemeentebelangen. Hij weet nog precies te vertellen dat Burgemeester Van den Eynde juist de eed had afgelegd en toen hij terug thuis kwam in de gemeenteraad geen meerderheid meer had. Dit om aan te tonen dat ook op politiek vlak ook niets nieus onder de zon is.

Thuiswerker.

Na het overlijden van vader in 1967 werden de taken en verantwoordelijkheid thuis veel groter en was er geen tijd meer voor politiek (als mandataris). Ook moeder werd ziek en aangezien zij niet uit haar vertrouwde omgeving weg wilde (‘zij was graag thuis’) heeft Albert zich gedurende 10 jaar ingezet voor haar verzorging. Hieruit is ook zijn grote passie gegroeid verzorging thuis dat ook op hem van toepassing is. Mantelzorg is een woord dat hij graag in de mond heeft. Hij heeft nu zelf op gezegende leeftijd enkele mensen die hem met dagelijkse taken komen helpen, ‘binnen en buiten’ zegt hij. Hij is lid van Ziekenzorg en de Vereniging voor gehandicapten. Hij grapt even tussendoor; ik ben ook gehandicapt hé, ik heb een hoorapparaat.

Museum

Eens werd er een prijs uitgeschreven voor de verfraaiing van de hoeve. Albert schreef zich in en leidde de jury rond in zijn woonhuis met specifieke schouw en stallen (voor paard, koeien en varkens) onder één dak. Zij waren bijtengewoon geboeid door de mestput. Dat kenden zij niet. Hem werd later meegedeeld ‘dat hij niet in aanmerking kwam voor de grote jury’, iets wat hem nog steeds betreurt, want voor hem is zijn hoeve een museum.

Wat zijn uw hobby’s

Met deze vraag komt er een lachje op zijn gezicht en verwondert het antwoord mij ook. ‘Leren boekhouden’ zegt hij. En daarvoor denk ik in de eerste plaats aan Jos Van Engeland die ik via het Davidsfonds beter had leren kennen en die ik daarvoor nog steeds dankbaar ben.

Hij noemt dan in een trek ‘de prinsen van de boerenstand’ Zij die het geluk hebben gekend, als boerenzoon, te mogen verder studeren. Hij noemt hierbij Jos Van Engeland (Davidsfonds) en Michel Van Dessel (CVP). Het zijn mensen waar hij dankbaar aan terugdenkt. Zoals hoger vermeld behoort Pastoor Leysen ook in dit rijtje als zijn raadgever die,‘ met weinig woorden veel goede raad kon geven’.

Zijn levensmotto

Mensen vertrouwen en optimist zijn! Zich niet laten gaan want dan is het snel gedaan!

Belangrijkste gebeurtenis in zijn leven

Het ontstaan, en de groei van de veiling. Het gevoel van ‘samen boeren’ als familiale zelfstandigen in een coöperatieve doet hem glunderen.

Wanneer wij vragen waarom hij nog steeds vrijgezel is zijn antwoord aarzelend. Zijn vroege ziekte, de cursus (leren rusten) en het verantwoordelijkheidsgevoel voor de andere leden van de familie hebben er toe geleid dat zijn keuze is wat ze is, ook al hadden vader en moeder het graag anders gewild.

Wat betekent Katelijne voor u ?

De verwondering en groei van deze gemeente. Zo vermeldt hij: als kind reden hier mogelijk 5 auto’s rond. Nu zitten alle wegen vol wagens. Hij is ook enorm fier op de veiling die hij de mooiste en grootste noemt van Europa.

En dat Albert niet vies is van de huidige technologie bewijst hij nog dagelijks op zijn hometrainer die hij met het laatste seniorenfeest won op de veiling.

Met een korte anekdote over een wiskunde leraar in het college sluit hij af. Die leraar zei in de jaren zestig dat die rekenmachientjes niet mochten gebruikt worden, zij moesten maar uit het hoofd leren tellen. ‘Ge ziet wat ervan gekomen is, bijna alles heeft te maken met computer ‘ zegt Albert, ‘en ik ben blij dat ik deze evolutie heb mogen meemaken’. De toekomst gerichte open geest van deze kranige 90-er is een voorbeeld voor velen van ons.

Interview RJAVC 09.01.09

    

Jean Van Dessel

Jean Van Dessel een sociaal gedreven senior.

 

Van V1 en V2 tot Concorde

Jean Van Dessel is een geboren en getogen Katelijnenaar. Geboren in 1939 werd hij vlug geconfronteerd met ‘de vlucht naar Temse’ met zijn moeder (vader was opgeroepen) en later de V1’s en V2’s. Via de kleuterschool (meisjesschool) en de jongensschool belandde hij in de vakschool in Kontich. (diploma A3). Na een tussenstop bij Bell telephone landde hij bij Sabena op Sinterklaasdag in 1956. Via een ‘tussendoortje’ bij de Genie bouwde hij bruggen over de Maas in Jambes. (waar is de tijd van de militaire dienstplicht?). Na het leger nam hij de draad weer op als mecanicien-monteur bij Sabena en werd specialist in onderhoud van vliegtuigmotoren. Hij maakte er de evolutie mee van pistonmotoren met schroef tot reactiemotor en turbopropeller; van ‘flyingboxcar’ naar DC 4 - 6 en 7. DC 10 tot Boeiïng 707 , 727, en 737. Ook de Concorde en Airbus zijn hem niet onbekend. Als voorproefje op zijn pensioen mocht Jean de laatste vijf jaar als technisch bediende jobkaarten aanmaken met de computer. Hier heeft hij de liefde voor de PC zelf helemaal opgebouwd, iets wat hem bij zijn later vrijwilligerswerk in het dagelijkse leven ten goede zou komen.

Jean en de scouts Jan Breydel
Jean startte als jonge welp bij Jan Breydel. De jongverkenners waren aan hem niet besteed, maar onder Michel Van Dessel werd hij verkenner en stopte het weer voor hem. Pas veel later nam hij, via zijn kinderen en het oudercomité, weer de draad op om op 38 jarige leeftijd groepsleider te worden van Jan Breydel, tot zijn veertigste. Deze draad werd niet doorgeknipt want samen met Mariette (zijn echtgenote) hebben zij nog een tiental jaar als kookouders de kampen van de scouts begeleid. Ook zette hij zich nog in bij het optrekken en de verhuis naar de nieuwe lokalen.

Sociaal geëngageerd. Van ACV en ACW, van KBG naar OKRA
Zijn sociale inzet bij Sabena als syndicaal afgevaardigde bracht hem in contact met ACV en ACW, lokaal . Al vlug werd hij secretaris en schatbewaarder, de voorbode van de verdere carrière, na zijn actieve loopbaan die stopte in 1994. Hij werd lid van KBG (Katholieke Bond van Gepensioneerden) Al snel werd Jean wijkmeester en nog sneller ondervoorzitter (1997) van Louis Wouters. Om zijn kennis van het terrein werd hij medeorganisator van wandelingen en fietstochten met Frans van Leemput en Felix Op de Weerdt. Hiermee belandde hij in een nieuwe rol van sportcoördinator. Van het een kwam het ander en samen met enkele medestanders werden Petanque en Aquagym opgestart, later volgden fitness en sinds vorig jaar volleybal en Nordic-walking. Vanuit zijn sociale achtergrond werd hij vingerknipper (belangenbehartiger) om de noden van de leden te verdedigen op regionaal en nationaal vlak. Zo werkte hij o.m. mee aan het project ‘senioren achter het stuur’ van de KU Leuven en DVV Tijdens zijn voorzittersschap 1999 – 2007 van KBG maakte hij als dusdanig ook de overgang mee naar OKRA (Open, Christelijk, Respectvol en Actief). Hij krikte de beweging op van 245 leden naar 385, met dank aan de ‘oude’ generatie die ‘de jonge generatie’ de kans hebben geboden. Het succes van de huidige werking is voor hem een bekroning van zijn vele jaren belangeloze inzet voor de senioren.  Naast OKRA was er voor Jean en Mariette ook nog een vrijwilligersrol weggelegd in het rustoord waaraan zij, na meer dan 10 jaar, nog heel veel plezier beleven;

Wat betekent liefde, geld, natuur  en ‘de politiek’ voor Jean
Voor de liefde heeft Jean een motto: ‘als het klikt is het nooit te vroeg, als het tegen slaat is het altijd te vroeg. Liefde is er nodig om moeilijke periodes te overwinnen.
Geld is een noodzakelijk goed of kwaad, maar het was geen hoofddoel. Zijn sociale inzet en vrijwilligerswerk in de maatschappij is zijn financieel kapitaal dat zoveel genoegdoening kan bezorgen.
Bij natuur denkt Jean voornamelijk aan genieten: een mooie wandeling of fietstocht in het groen, klussen in de tuin zijn hier de ingrediënten.
‘De politiek’ is voor de een microbe, voor Jean een ‘vies beest’ Hij heeft er een aantal slechte herinneringen aan op plaatselijk vlak, maar ook tijdens zijn actieve loopbaan i.v.m. taalperikelen bij Sabena. Daarmee zijn we weer in de actualiteit

Wij danken Jean en zijn Mariette en wensen hen nog het allerbeste en veel succes bij hun verhuis naar het centrum (vlakbij de markt).

Interview RJAVC 15.07.2008

Gaston Van Woensel

Vijfenzeventig jaar, gehuwd en vader van Danny, de opvolger in zijn tuinbouwbedrijf.

Van tuinder tot voorzitter

Gaston werd tuinder van vader op zoon. Van in 1958 maakte hij de ontwikkelingen in de tuinbouwwereld van ter plaatse mee. De Mechelse Tuinbouwveiling, opgericht in 1950, bestond al toen hij in het bedrijf kwam. Maar in de gouden jaren 50 en 60 toen de veiling een grote expansie kende, bewerkte hij vooral volle grond en een serre van 35 aren. De groenten waar hij zijn brood mee verdiende waren prei en andijvie. Naast deze activiteit deed hij nog aan ‘paardenhouderij’.

Maatschappelijk speelde Gaston vooral in de Elzenstraat een voorname rol als voorzitter, 25 jaar, van de “Landelijke Gilde Elzestraat & Walem & KVLV Elzestraat”. In die hoedanigheid volgde hij oud-gemeenteraadslid Staf Ceulemans op. Zijn zoon Danny nam ook daarin de fakkel over.

De Landelijk Gilde speelde een grote rol op politiek gebied in de Elzestraat. Wanneer je wilde verkozen zijn in deze deelgemeente was het aangeraden dat je lid waart van deze vereniging. Zij zette zich o.a. in voor de oud-schepenen Jozef Bauweleers, Felix Van Engeland, de schepenen Bert De Keyzer, en Hilde Van de Werf en oud-gemeenteraadslid Willem De Groof. Ook niet-tuinders konden lid zijn van de vereniging.

Prijzen

Gaston zette ook een boompje op over de prijzen die in de loop der jaren voor groenten werden betaald. Hij liet de prijslijst van de veiling zien van 11.06.2008 en hij toonde aan dat voor de meeste groenten de prijs nu lager is dan in de jaren 70. Van een goede marksituatie met vele familiebedrijfjes ontwikkelde de tuinbouw, wat het aantal familiale bedrijven betreft, een negatieve trend. De prijsafspraken van een aantal grote winkelketens met buitenlandse producenten in het warme zuiden maakt het er niet beter op. Ook in de goede jaren verliep alles niet vanzelfsprekend en er was ook wel wat creativiteit nodig. Als voorbeeld gaf hij dat ze 6 BEF. kregen voor prei in een houten “kas”, die de aankoper meenam en soms weken later terugbracht, maar dat zij dan toch maar moesten zorgen voor een vervangende kist van 11 BEF. het stuk. Vanaf de oliecrisis in de jaren 70 ging het achteruit.

Tuinder, natuur en samenleving

Ook maatschappelijk kwam het imago van de tuinder in een stroomversnelling. Hoewel, in de jaren 50 en 60, zoals hij zegt, was het voor een hoveniersdochter nog niet zo eenvoudig om een gepaste man te vinden. Zien we daar nog iets van terug in het Tv-programma “Boer zoekt vrouw”, maar dan uit het standpunt van de man?

De natuur ligt hem nauw aan het hart, maar hij durft ook wel de betrekkelijkheid van een aantal dingen verwoorden: “Hoe meer bomen in de nabijheid van een tuinbouwbedrijf, hoe meer bladluizen”. Voor telers volle grond levert dat wel eens nadeel op. Daarnaast houdt hij het vogelbestand goed in het oog. Hij stelt vast dat sinds de eksters, de kraaien en de Vlaamse Gaaien (Rotzakken) beschermd werden hun aantal zodanig is toegenomen dat het natuurlijke evenwicht ten overstaan van hun prooivogels, danig verstoord werd. De lijsters zijn daar de grootste slachtoffers van, maar de merels zijn slimmer geworden en zorgen dat hun nesten beter beschermd zijn.

Nu nog is Gaston druk bezig als voorzitter van de Seniorenwerking van de Landelijke Gilden Sint-Katelijne-Waver. Hij is contactpersoon van de Plattelandsklassen van de voormalige abdij Rozendaal. Naast de natuur, zijn paarden als hobby en zijn maatschappelijke bezigheid, steekt hij soms een handje toe bij zijn zoon.

Waarlijk een gevuld leven van iemand die een goede kijk heeft op het reilen en zeilen in de samenleving.

H.V.   16.06.2008

Delen

Louis Gommers

L o u i s  G o m m e r s

Op zondag 28 maart 2010 heeft de gemeente Sint-Katelijne-Waver haar verdienstelijke inwoner Louis Gommers terecht in de bloemen gezet. Die viering straalde af op al de familieleden van de gevierde.

  

Louis komt uit een gezin van acht en werd geboren op 16 juli 1929 in onze gemeente. Zijn  voorouders stamden uit de Kempen in de buurt van de Nederlandse grens. Via Duffel belandde de familie in O.-L.-V.-Waver. Grootvader Jozef had er een boerderij in de Leemstraat. Later kwam hij in de Bosstraat terecht en werd hij burgemeester in onze gemeente van 1919 tot 1938.

Na een voorbereidend jaar op de humaniora in het Mechelse St.-Romboutscollege zou kleinzoon Louis zijn middelbare studies vervolgen aan de Provinciale Tuinbouwschool in Mechelen om daarna in de Koloniale School in Vilvoorde terecht te komen. 

Intussen was Louis soldaat geworden. Hij behoorde tot de lichting 1949, kwam in Duitsland en in Aarlen terecht, wenste geen  reserveofficier of -onderofficier te worden, zat in de SportCie, was er een goede tienkamper, liep lange afstanden, was een prima schutter en zwaaide in 1950 af om daarop in de voormelde Koloniale School terecht te komen.

Zijn vader baatte dan wel een tuinbouwbedrijf in Waver uit, maar gezien de op dat ogenblik niet zo rooskleurige vooruitzichten in de land- en tuinbouwsector, en met het voorbeeld van een oudere broer, Fons, voor ogen, die al in 1946 naar Congo was vertrokken, trok ook Louis na zijn huwelijk met Marieke Brouwers in 1951 naar de Kasai-provincie. In de buurt van Goma, in Kivu, woonde ook nog zijn oudste zus met haar echtgenoot en de kinderen op een plantage.

Na zeven jaar verblijf en werk in dit centrale deel van Congo verhuisde hij naar het toenmalige Thijsstad, waar de twee kinderen die ondertussen waren geboren en opgegroeid, meer onderwijsmogelijkheden hadden. Intussen was ook zijn jongste broer in Congo gearriveerd voor een job in het onderwijs. Gestimuleerd of alleszins getolereerd door vader Gommers, een ex-militair in WO-I, zaten ze op een bepaald ogenblik met vijf Gommersen in Congo. Maar zoals we maar al te goed weten zou de onafhankelijkheid van Congo in 1960 echter niet zonder slag of stoot verlopen en het gezin van Louis Gommers verhuisde definitief naar België.

In België zoekt Louis werk en na een korte stageperiode van om en bij de vijf maand bij het Noord-Nederlandse Grontmij kan hij begin 1961 aan de slag bij N.V. Belgroma, een studiebureau waar hij vooral projecten voorbereidt voor openbare instellingen (provincie- en vooral gemeentebesturen) die eventueel sportterreinen, sporthallen en dergelijke willen aanleggen. De N.V. Belgroma maakt plannen, werkt studies uit en volgt de werken op, b.v. bij het lanceren en opvolgen van irrigatie- en draineerprojecten. Allemaal zakelijk precisiewerk voor de secure Louis.

Politiek zat bij Louis duidelijk in het bloed. Hierboven vermeldden we al dat vader Gommers immers ooit onze burgemeester was. Ook Louis wordt actief lid bij de toenmalige CVP, komt na de fusie van Katelijne en Waver in de bestuursorganen terecht, zal er vijf jaar lang gemeenteraadslid zijn en het zelfs tot voorzitter van de afdeling Sint-Katelijne-Waver brengen. En tot vandaag maakt hij deel uit van het plaatselijke kernbestuur ervan. Als afgevaardigde  van de  CVP  zetelde Louis van 1976 tot 1980 ook in het Arrondissemnteel Hoofdbestuur van de partij in Mechelen. 

Ook in het plaatselijke Davidsfonds in Waver wordt hij aangezocht om in het bestuur te komen, wat eveneens sinds een paar jaar het geval is in het actieve Jozef van Rompay-Davidsfondsgenootschap. Verder is er de fanfare Graaf d‘Elissem, waarin vader Gommers in zijn tijd al bestuurslid was. Die functie droeg hij in 1964 aan zoon Louis over  In de tachtiger jaren wordt Louis er penningmeester. Tijdelijk zal hij er ook het beheer van de zaal voeren, tot hij in die functies om gezondheidsredenen ontslag neemt. Maar nog steeds is Louis gewoon bestuurslid.

In 1993 werd Louis, die in 1988 met vervroegd pensioen was gegaan, door het gemeentebestuur gevraagd vanuit zijn vroegere ervaringen met het studiebureau N.V. Belgroma mee te werken aan de oprichting en de bouw van de sporthal, de vzw Bruultjeshoek. Louis bleef voorzitter van de beheerraad van de sporthal tot hij vorig jaar, in 2009, om gezondheidsredenen ook daar ontslag nam.

Dan is er ook zijn inzet voor de O.-L.-V.-parochie die we niet mogen vergeten. Na de pensionering van onze vroegere pastoor, de E.H. Viskens, wanneer de parochie een tijdje zonder zieleherder zit, helpt Louis (en nu nog altijd) mee te zorgen voor ‘het tijdelijke’, voor de opvolging van de parochiale werken, voor de contacten met het bisdom (vzw Parochiale Werken Mechelen-Noord) en voor de permanentie in onze pastorij en de O.-L.-V.-Kerk.

Rustig en bescheiden, maar met kennis van zaken, blijft Louis Gommers in soms moeilijke gezondheidsomstandigheden meewerken aan de goede gang van zaken in ‘zijn’ parochie. Gedreven door een stukje avontuurlijke geest van thuis, vergat hij nooit, en dit tot op vandaag, de wereld te blijven verkennen en zijn geest te verruimen via zijn vele reizen.

 Interview: Maurice Van de Putte

Delen

Willy Jacobs

Willy Jacobs speelde in de laatste veertig jaar van de twintigste eeuw toch wel een vooraanstaande rol in de politiek van onze gemeente. Hij hoort dan ook zeker thuis in de reeks “Mensen van bij ons”.

 

Eventjes enkele gegevens op een rij:
Willy werd op 15 juni 1929 te Duffel geboren. Hij is nu tachtig jaar en verkeert in goede gezondheid.
In zijn jeugd was hij van 1946 ton 1952 Chiroleider te Duffel.Hij studeerde af aan de Economische faculteit St.-Ignatius als licenciaat 
in de Handels- en financiële wetenschappen. Michel Van Dessel was zijn klasgenoot.

Na zijn militaire dienst werd hij onmiddellijk secretaris van de duffelse middenstand.

In 1956 trad hij in het huwelijk met Hilda Luysterborg, dochter van de toenmalige dokter van de Elzestraat.

Hij werkte aanvankelijk bij het Nationaal Christelijk Middenstandsverbond

(nu Unizo) en van 1962 tot 1991 bij de dienst Pensioenen en Sociale Zekerheid, stelsel van zelfstandigen.

Vanaf 1965 was Willy drie periodes lid van het CVPbestuur van het arrondissement Mechelen.

Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 1970, was er, over verschillende partijen verdeeld, een meerderheid van raadsleden uit de Elzestraat. 
Ondanks druk van de oppositie, heeft de CVP-Elzestraat correct het inwendig reglement geëerbiedigd en kreeg elke kern een CVPschepen.

Later, na de fusie in 1976 waren het vooral kandidaten van Waver die op de CVP-lijst werden verkozen en sedert 1988 bleef het burgemeesterschap in Waverse handen. (Kris Lens en Eddy Vercammen).

De fusies van gemeenten brachten heel wat “perikelen” en vormde in se een bedreiging voor de eenheid van de gemeente. Het is dankzij de sterkte van de CVP-afdeling (1600 leden) dat de fusie ontstaan is zoals zij thans bestaat.

Willy was bij veel plaatselijk denkwerk betrokken om de best haalbare oplossing te vinden voor heel wat politieke besluitvorming . Hij kwam nooit op bij verkiezingen, hoewel hij daar de capaciteiten voor had en werd dus een aantal keren gevraagd om op de lijst te komen. Binnen de partij kon hij dus een voorname rol spelen daar er geen persoonlijke betrokkenheid speelde.

Sedert 2008 is zijn dochter Marijke kernvoorzitter van de Elzestraat voor CD&V.

We durven stellen dat op die manier de politieke toekomst verzekerd is.

Op tweeënzestigjarige leeftijd ging hij met pensioen.

Vele jaren de denker achter het politieke gebeuren in onze gemeente
Dokter Luysterborg, de vader van zijn vrouw, was tot 1946 schepen en Dr. Laenen was in dezelfde periode burgemeester.

Dit zouden we de politieke “roots” kunnen noemen.

Willy werd in 1948 lid van de toenmalige CVP en is nu nog altijd lid van de CD&V, hij slaat met zijn nu 63-jarig lidmaatschap waarschijnlijk alle records binnen de gemeente.

Hij begon zijn politieke loopbaan als voorzitter van de CVPjongeren van Duffel, in de periode van burgemeester Van Ham.

In 1960 verhuisde het echtpaar naar de Elzestraat .

Toen was Michel Van Dessel voorzitter van de CVP.

In de gemeenteraadsverkiezingen van 1964 behaalde de CVP de volstrekte meerderheid. Willy was voorzitter van de kern Elzestraat van 1965 tot 1982.

Zijn uitstraling
Willy is iemand met een goed inzicht in het menselijk gebeuren, zijn sociale bewogenheid, vooral voor de zelfstandigen stond buiten kijf; hij zocht steeds naar een evenwichtige oplossing bij problemen en maakte de zaken niet nodeloos moeilijk.

Hij is nog steeds maatschappelijk actief en evolueerde mee in de denkwereld van onze hedendaagse technologie en samenleving, en is nog steeds geïnteresseerd in sport.

H.F.E.V.

Jef Bauweleers

Geboren in de Clemenceaustraat  (Elzestraat) op 19 december 1921.

Aan de Technische Scholen op de Melaan studeerde hij Mechanica.

Gehuwd met Maria  Crosiers op 30 maart 1948.

Hij woonde heel zijn leven in onze gemeente samen met zijn vrouw Maria.

Zijn eerste werkervaring deed hij op in het arsenaal van het Belgisch leger te Antwerpen. (1939-’40).

Werken was toen ook nodig, zo pendelde hij jaren met zijn broer Vital, per moto of per fiets naar het carrosseriebedrijf  Stoelen te Lier. Later muteerde Jef naar de M.T.V  waar hij als bediende vooral aan de klok werkzaam was.

Op 31-jarige leeftijd(1952)  belandde hij  in de politiek langs de CVP. Toen werd hij verkozen als gemeenteraadslid.

In 1959 raadslid van de C.O.O. (Commissie voor de  Openbare Onderstand) , voorloper van het huidige O.C.M.W. (Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn).

Schepen werd hij in 1964, met als bevoegdheden sport, cultuur en later openbare werken.

In 1983 benoemd tot  eerste-schepen. Jef was 30 jaar schepen, vijf legislaturen lang. Vijf burgemeesters, Van den Eynde, Vermeulen, Van Calster, Van Dessel en Lens maakte hij mee in de gemeenteraad.

Op pensioen sinds 1994.

Speciale items:
In het begin van de oorlog moest hij zoals alle andere jongeren tussen 16 en 35 jaar het land verlaten en kwam zo in Zuid-Frankrijk terecht in een kamp te Agde. Daar waren ook nog andere mannelijke ‘Elzestratenaren’ met als naam, Geens, Van Itterbeek, De Belder e.a.

Tijdens de WO II dook  hij 21 maanden onder bij een familielid op de Nieuwendijk om verplichte tewerkstelling in Duitsland te voorkomen.

Hij werd voorgesteld en geïnterviewd in “Dorpsgenoten”of ook nog “Mensen van bij ons” , een culturele activiteit  van het Davidsfonds -Katelijne.

Vooral belangstelling voor :


Cultuur:   
Als begaafd toneelspeler stond hij op de planken bij de Morgenster (Mechelen). Hij deed hij mee aan verschillende tornooien en behaalde prijzen in  Kortrijk, Leuven, Mechelen, Elzestraat en Katelijne (Kon. Toneelkring Streven). Jef zorgde dat er een feestcomité kwam in elke deelgemeente om het culturele leven te stimuleren. Subsidies voor de verenigingen werden ingevoerd. Ook werden  er drie zwembaden en een sporthal gebouwd.

Voor  de heropbouw van de Midzeelhoeve  en het ontwikkelen van de site leverde hij een aanzienlijke politieke  bijdrage. Als medestichter van de vzw Erf en Heem  zorgde Jef samen met zijn vrouw Maria dat het nog jaarlijkse georganiseerde  eetfestijn “Waverlandse Voorjaarsgroenten” bijdroeg tot het imago van onze streek en de financiën van Erf en Heem.

In 1973 werd hij  voorzitter van de Kon. Fanfare “Zucht naar Kunst” en bleef het tot bij de opheffing in 2008.

Sociaal:
Van het A.C.V. was hij werkend lid vanaf 1954.

Als schoonzoon van de  Elzestraatse sociale werker Jef Crosiers  werd hij door deze laatste gesteund om in de politiek te gaan. Ook de figuur van kardinaal Cardijn, proost van de K.A.J., was van invloed op zijn sociaal en politiek streven.  Trouwens deze laatste bezocht  hem en zijn lotgenoten  te Agde  en hij verleende ook welgekomen materiële steun aan de daar verblijvende jongeren.

Jozef  lanceerde sociale woningbouw op de Hogevelden toen hij zetelde in de raad van de toenmalige C.O.O. (Commissie van Openbare Onderstand)

Vlaamsgezind:
Personen die hem nauw aan het hart lagen:

Jan Busschots (toenmalig schepen) , ze leerden de politiek van mekaar en steunden mekaar wanneer het nodig was, zelfs door onder de tafel tegen mekaars benen te stampen bij bepaalde besprekingen. Kardinaal Cardijn die een groot hart had voor de jongeren kende hij persoonlijk. Michel Van Dessel ligt hem nauw aan het hart door zijn wil om iets te doen lukken.

Levensvisie:
Op politiek gebied was dat  “ zoveel mogelijk zaken zelf proberen op te lossen” en ook “goed besturen door de toekomst juist  in te schatten” en “het geld van de gemeenschap daar moet zuinig en goed worden mede omgesprongen”.

Hij betreurt dat de hedendaagse wereld en politiek nog weinig vriendschap en erkenning toelaat. De mensen kennen mekaar niet meer.

Maar hij is nog een heel goed verteller die een hele nacht zou doorvertellen over o.a. zijn wedervarens in de oorlog, in de politiek enz.

Maar Klein-Brabant met “d’Oude Poort” in Hingene ligt hem nog zeer nauw aan het hart.

 

Interview en opzoekingswerk: HFEV  16.01.2009

   

CD&V gebruikt cookies om uw surfervaring op deze website gemakkelijk te maken. Door onze website te bezoeken, gaat u akkoord met deze cookies.